Op weg naar de Amstel Gold Race (deel 2)


Alweer deel 2 en dat er meer mogen volgen Afgelopen zondag dus naar Limburg afgereisd om een beetje te fietsen in het Limburgse. Het is natuurlijk handig dat je weet wat je egen gaat komen als de datum van 18 april eenmaal daar is. De Amstel Gold Race wordt in tegenstelling tot wat sommige mensen denken niet in de buurt van Amsterdam verreden. Nee mensen het is een rit met heuvels, zelfs bergen in mijn ogen. In ieder geval geen duinen, dat weet ik nu wel
We reden dus op zondagmorgen om 8:15 (tja hoe verzin je het?!?!) weg om ongeveer 10:45 bij het drielandenpunt te zijn in Vaals. Leuk dacht ik want daar was ik dus ook nog nooit geweest. Toen we daar echter om hoog reden bedacht ik mij al dat we hier dus naar beneden, maar dus ook weer omhoog moesten als we hier gingen fietsen. Met de auto leek het wel heel erg stijl omhoog te gaan. Maar goed dat was van later zorg. Eerst even een kop koffie en even toiletteren na zo’n lange autorit. Patrick aka de Baron, onze vraagbaak voor fietsgerelateerde zaken, was er nog niet en had naar later bleek een niet zo fijne dag. Geflitst, handsfreeset verloren en ook nog eens niet lekker. Maar uiteindelijk bleek hij toch genoeg fit te zijn om dezelfde afstand als op en neer naar zijn werk te fietsen. De bedoeling was dat wij zo’n 60 a 65 km zouden rijden. Na wat gepiel met de routeplanner konen we op pad. Mijn eerste echte afdaling kwam er aan. Toch bij het toiletteren nog even wat wc papier meegenomen want je ken immers nie weten. Mag ik dat zeggen, ja dat mag ik zeggen.

En daar gingen we. Tijdens de afdaling wat handige tips van de Baron gekregen. Handen onderin het stuur, knieen naar binnen, pedalen horizontaal, versnelling op het grote blad en remmen los. En dan maar gaan. Nou ik kreeg al de eerste twee minuten kramp in mijn handen van het remmen. Ik haalde een snelheid van 38 of zo iets wat op een vlakke weg toch minder snel lijkt. Sommige stukken waren echt stijl waardoor het ljkt alsof je naar beneden sjodemietert. Maar we waren snel beneden en Ron kon meteen zijn eerste plaatsnaambordje “Vaals” op zijn konto schrijven.

Tja dat moet ik natuurlijk even uitleggen. Mijn medefietsers sprinten bij iedere plaatsnaambord voor de punten. Iedere overwinning is een punt. Tja je moet wat als je op zo’n fiets zit toch? Ik had en heb niet echt de kracht om daar aan mee te doen. Met de tijd dat ik mijn versnelling in de juiste stand heb staan zijn zij alweer aan het bijkomen van de sprint. Dus ik fietse er rustig achteraan.
Maar toen kwamen de eerste bergen (tov de duinen). We hebben een aantal beklimmingen gedaan die ik straks in mijn laatste kilometers zal tegenkomen. Waarvoor mij dank want dan ken ik die alvast. Goed sommige wil ik graag weer meteen vergeten. De laatste die ik tegen kom zijn de Fromberg, de Siddergrubbe en de Cauberg. Die laatste vergeten we maar. De eerste twee gingen redelijk, waren leuke klimmen. Leuke mensen tegen gekomen op de Fromberg die er niets van snapte. De wandelende mevrouw vroeg mij of we aan het klimmen waren, ik heb maar ja gezegd. Die Cauberg is gewoon niet leuk. Je draait niets vermoedend de hoek om en dat zie je 900 meters weg de lucht in schieten waar je dan tegenop moet fietsen. Ik dacht dat ik er in bleef. De berg bleek zo’n 5 tot 12% stijging te hebben. Ik geef toe ik ben afgestapt en stukje gaan lopen. Hier was met de allerlichtste versnelling door mij niet tegenop te fietsen. Maar ja de finish ligt bovenop dus ik moet straks wel. Wie weet lukt het dan wel. We gaan het zien.
Verder hebben we over de Gulperberg gereden. Hiervan bleek het stijgingspercentage gemiddeld 9,8 te zijn met een stuk van 15%. Dus nog stijler dan de Cauberg, ook ben ik afgestapt en ben naar boven gewandeld (wat al vermoeiend was) met een pakkie sap en een banaantje. Want ik moest eten meenemen maar onderweg geen tijd om te nuttigen. Ik had krentenbollen, pakje sap, twee meuslirepen, twee broodjes kaas (want daar zouden ze volgens Mart (red. Smeets) de Tour niet meer op kunnen rijden, “Mag ik dat zeggen, ja dat mag ik zeggen”) allemaal in mijn achterzakkies gestopt. Dus was deze berg een goede gelegenheid om even bij te komen. Sommige profs die voorbij reden vonden dat niet kunnen en hadden commentaar. Maar ja zij reden bij Vacansoleil, dat zegt genoeg toch
Later onderweg was Ron bezig wat foto’s te maken en zag ik mijn kans schoon. Ik was ergens in de afdaling wat vooruit komen te liggen, vraag me niet hoe, toen ik een plaatsnaambordje zag. Het stond inmiddels al 11-8 of iets dergelijks en ik stond dus nog op nul. Maar ik zag de plaatsje “Partij” en die was toen voor mij. Ik nog een sprintpoging gedaan maar zelfs dat was niet nodig. Dat was er dus één voor mij.

En toen kwamen we weer bij Vaals. Waar we dus weer omhoog moesten. We namen de Belgische kant want die was wat minder stijl maar wat langer. Maar ondertussen was ik helemaal op gefietst. Maar gek genoeg minder verrot dan een week gelden in de duinen. Maar goed. Alle goed bedoelde aanmoedigingen (waarvoor bedankt natuurlijk) van Ron en Baron ten spijt moest ik toch weer even bijkomen. Alles werd zwart en ik zwalkte voor mijn gevoel met mijn fiets over de weg. Heb de mannen maar verder gestuurd en in mijn eigen tempo op het allerlichtste verzet naar boven gefietst met een kilometertje of 6 a 7.

Eenmaal boven was het wel een goed gevoel dat ik toch helemaal naar boven ben gefietst. Deze training zat er ook weer op. Toen na een kop koffie weer 2,5 uur in de auto naar huis. En we mogen weer verder op het vlakke trainen. De duinen zijn echt vlak vergeleken bij Limburg. Ik ga in ieder geval met een goed gevoel de komende weken in. Mag ik dat zeggen, ja….dat mag ik zeggen.

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *